Tag Archives: privacy

Bloemetjes buiten zetten

Valentijnsdag is niet in de laatste plaats een feestdag voor bloemisten. Het feest der liefde heeft wel een aantal commerciële kantjes. Gelukkig maar dat uit de rechtspraak blijkt dat óók onder bloemenhandelaars de liefde heftig toe kan slaan.

rsz_20160630_0958021

De kantonrechter Amsterdam oordeelde op 26 april 2001 (JAR 2001/101)  over een werknemer die zijn liefde uitte in, hoe zeg je dat netjes, bloemrijk proza. Dat is tot daar aan toe, maar het gebeurde met de computer van de werkgever. Onder werktijd.

Wat was er aan de hand?

De werknemer werkt enige jaren bij een bloemenhandelaar. Dat gaat allemaal heel goed. Tot bij de werknemer de vlam in de pan slaat. Hij krijgt een nieuwe vlam. En dat gaat  zijn leven nogal beheersen.

Op het werk kan de werknemer niet altijd de aandacht bij de zaken houden. Als hij al aan bloemen denkt, dan zijn het vast romantische boeketten vol rode rozen. In de tijd van de baas schrijft hij verschillende e-mails aan zijn geliefde. Die laten heel weinig aan de verbeelding over, overigens.

rsz_20170212_195835[1]In een van zijn berichten klaagt de werknemer dat hij allemaal saaie besprekingen heeft. En dat hij veel, veel liever bij haar zou zijn.

Misschien is de werknemer een beetje een opschepper. Of is hij heel erg bezig met zijn nieuwe liefde. Wat de reden ook is, hij laat de berichten aan een paar collega’s lezen. En vertelt met smaak over zijn romantische avonturen.

Of zijn geliefde dat allemaal heel erg leuk vond, vermeldt de historie niet. Laten we het maar hopen, op deze 14e februari. De werkgever raakt via de collega’s echter ook op de hoogte. En die is in ieder geval niet zo blij. De werknemer had zijn liefdesleven, hoe opwindend ook, privé moeten houden. En al dat gemail onder werktijd is natuurlijk volstrekt uit den boze.

Eruit Romeo!

De werkgever stapt naar de rechter. Hij wil de arbeidsovereenkomst met de werknemer laten ontbinden. De werkgever wijst nog op de in het bedrijf geldende gedragscode. Daarin is het versturen van privé-mails uitdrukkelijk verboden. Verder heeft de werkgever aanstoot genomen aan de volgens hem pornografische inhoud van deze berichtjes.

De rechter neemt het allemaal wat minder hoog op. Ook op het werk hebben werknemers het recht om privé-contacten met de buitenwereld te onderhouden. Zelfs wanneer de werkgever dat expliciet verbiedt. Werkgevers moeten accepteren dat hun werknemers een privé-leven hebben. Ze moeten daar, ook tussen 9 en 5, enige ruimte voor krijgen.

rsz_20170212_200106[1]Natuurlijk moet dat binnen zekere grenzen blijven. De rechter meent dat die met een berichtje of 5, 6 zeker niet zijn overschreden. Dat de werknemer daarin zijn liefde op weinig subtiele wijze uitspreekt, acht de rechter niet relevant. Met de inhoud van de correspondentie heeft de werkgever niets, maar dan ook niets te maken.

Wél zat de werknemer fout door dit alles te delen met de collega’s. De rechter oordeelt dat ontslag mogelijk zou zijn geweest als de werknemer zijn ondergeschikten met zijn hete mails zou hebben lastiggevallen. De ontboezemingen van de werknemer bleven echter beperkt tot de directe collega’s met wie hij een kantoorruimte deelde. Net als hij, waren het handelaars, die in dezelfde positie zaten. Bovendien heerste er onder hen een zekere macho-cultuur. Ze zijn blijkbaar wel wat gewend en kunnen tegen een stootje.

Al met al heeft het werk te weinig geleden onder de liefdesavonturen van de werknemer. Ook de collega’s  hebben er geen last van gehad. Daar komt dan nog bij dat de werknemer al weer enige jaren in dienst is en verder goed heeft gefunctioneerd. De rechter wijst het ontslagverzoek van de werkgever af.

Wat leren we ervan?

Op het werk mogen werknemers contact met de buitenwereld onderhouden. De werkgever mag het aangaan en onderhouden van relaties met derden niet compleet verbieden. Gedragscodes en huisregels die dat wel doen, zijn niet (volledig) bindend. Het fundamentele recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer geldt ook op de werkvloer.

Uiteraard zijn er grenzen. Die zijn met het versturen van een handjevol mails over een wat langere periode echter bij lange na niet overschreden. De vraag of de werkgever die berichten allemaal even smaakvol vindt, is al helemaal niet aan de orde. Aan wie en op welke manier een werknemer zijn liefde verklaart, is geen zaak van de werkgever. De werkgever mag zich meer in het algemeen niet met de inhoud van de privé-communicatie van de werknemer bemoeien.

Liefde overwint alles. In ieder geval de huisregels van de baas.

FacebookTwitterGoogle+Share

Geloof, hoop en liefde

Zo rond Valentijnsdag duiken rode rozen en pluchen harten op in de etalages. Hopelijk duikt er dan ook wat liefde op in mensenharten, met de bijbehorende warme gedachten aan een ander. Cynici beweren dat deze dag een groot door middenstanders en de posterijen georganiseerd complot is.

Valentijn

Of je nu cynisch bent of niet, het kan niet worden ontkend dat liefde in het arbeidsrecht niet altijd even feestelijk en romantisch uitpakt. Wie alleen afgaat op de gepubliceerde rechtspraak, krijgt misschien toch de indruk dat liefde vooral leidt tot kopzorgen. En als het even tegenzit tot  ontslagprocedures. Ik blogde daar een jaar geleden ook al over.

Een duidelijk voorbeeld levert de uitspraak van de Kantonrechter Heerlen van 14 maart 2003, JAR 2003/96. Hoewel de betrokken werknemers deze zaak over liefde op het werk wonnen, toch een waarschuwing. Het navolgende is toch weer vooral een juridisch verhaal, met conflicten, ruzie en ellende. Wie rozengeur en maneschijn prefereert dezer dagen, is deze week in dit blog aan het verkeerde adres.

Wat was er aan de hand?

Al sinds 1981 is een werknemer in dienst bij een verzorgingstehuis voor oudere katholieke geestelijken. Het tehuis wordt geëxploiteerd door de welluidend genaamde Congregatie De Kleine Zusters van de H. Joseph. De werkzaamheden verlopen kennelijk naar volle tevredenheid. De werknemer werkt er ruim 22 jaar. Hij is inmiddels opgeklommen tot Hoofd Personeelszaken.

Verder is een directiesecretaresse werkzaam voor het tehuis, net als haar man. Die is medewerker van de technische dienst.

Tot zover is er eigenlijk niets aan de hand.

Totdat tussen het Hoofd Personeelszaken en de directiesecretaresse de vonk overslaat. Ze krijgen een relatie. Eind januari 2002 biechten ze dat aan hun echtgenoten op, enkele dagen later ook aan de leidinggevenden en (andere) collega’s. Het loopt voor beide werknemers uit op een echtscheiding. De ex-man van de secretaresse trekt zich het gebeurde allemaal zeer zwaar aan. Hij stort compleet in en raakt langdurig arbeidsongeschikt.

Het stel wil een nieuwe frisse start maken. Ze gaan al snel samenwonen. Eind april volgt er een domper voor hun prille geluk.

Zo gaan we hier niet met elkaar om!

Bestuur en directie van het tehuis schrijven een brief waarin hun relatie als ontoelaatbaar wordt bestempeld. Deze heeft tot een verstoring van de verhoudingen op de werkvloer geleid. Spanningen, roddel en achterklap. En dat binnen een betrekkelijk kleine organisatie. Het is niet te vermijden dat het nieuwe koppel én de collega’s die zich aan de verwikkelingen storen met elkaar moeten blijven werken. Ontslag is onvermijdelijk.

Nog belangrijker is misschien dat het hebben van buitenechtelijke relaties niet direct goed aansluit bij de levensbeschouwelijke signatuur van de organisatie. Het is een katholieke instelling. En dat niet alleen: in het verzorgingstehuis worden nu juist oudere religieuzen verzorgd. Die zullen dit soort gedrag zeker niet goedkeuren.

In de brief wordt het stel dus al duidelijk de wacht aangezegd. Korte tijd later moeten de werknemers verschijnen op een bestuursvergadering. Het wordt een nogal zure sessie. Het aanknopen van een buitenechtelijke relatie kan echt niet, zo wordt hen nogmaals te verstaan gegeven. Ze zijn dan ook niet te handhaven en ontslag moet volgen.  Dit alles wordt hen meegedeeld, gelegenheid voor een weerwoord is er niet. Wel wordt ze nog wel gezegd dat er op hun functioneren niets valt aan te merken.

De werkgever wil dat de werknemers op zoek gaan naar ander werk. Ze krijgen via de huisdavocaat een beëindigingsovereenkomst aangeboden.

Als het niet goedschiks kan, dan maar kwaadschiks…

De werknemers gaan niet in op deze toch overduidelijke hints. Kennelijk is er al genoeg veranderd in hun leven. Ook nog een nieuwe baan zou blijkbaar te ver gaan. Ze blijven aan de slag bij het verzorgingstehuis.

Omdat ‘vrijwillig’ vertrek uitblijft, stapt de werkgever enkele maanden later naar de rechter. Deze moet de arbeidsovereenkomst ontbinden. De werkgever betoogt dat er sprake is van onwerkbare verhoudingen en dat het hebben van buitenechtelijke relaties niet te verenigen valt met de levensbeschouwelijke identiteit van de werkgever (en die van de bewoners).

De rechter gaat niet mee in het betoog van de werkgever. Het bestaan van werkelijk onhoudbare spanningen op de werkvloer vindt hij niet aannemelijk. De werknemers hebben immers vele maanden lang doorgewerkt nadat hun relatie bekend was geworden. Op hun functioneren had de werkgever ook niets aan te merken. Dat wijst er niet echt op dat er sprake is van een werkelijk geen moment langer te tolereren noodtoestand.

Ook oordeelt de rechter dat privé-relaties een privé-zaak zijn. Daar heeft de werkgever niets mee te maken. Het klinkt niet echt romantisch, maar toch sijpelt er wel enige rozengeur door in deze overweging:

De kantonrechter is van oordeel dat het aangaan van een affectieve relatie een fundamentele burgerlijke vrijheid van ieder individu is, tenzij de wet deze vrijheid inperkt, zoals in titel XIV boek 2 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechter ziet in dit geval geen aanleiding om een uitzondering aan te nemen op de regel dat relaties privé zijn. Ook de signatuur van de werkgever maakt dat niet anders. De rechter acht zich niet bevoegd om te beoordelen of en in hoeverre de katholieke indentiteit zich verzet tegen voortzetting van de arbeidsrelatie. Dat is niet een zaak van de rechter, maar van de kerk. Het morele oordeel over echtbreuk is niet aan aardse autoriteiten als kantonrechters, maar aan hogere instanties.

Wat leren we ervan?

Liefde en relaties zijn een privé-zaak. Ook als het om collega’s gaat. Alleen bij hoge uitzondering mag de werkgever zich daar in mengen. Dat een werkgever er een andere visie op huwelijkstrouw op na houdt dan de werknemer maakt dat niet zonder meer anders. Ook niet als het om een werkgever met een religieuze signatuur gaat.

De uitspraak suggereert wel dat er grenzen zijn. Relaties kunnen tot onwerkbare verhoudingen leiden. Zeker wanneer, zoals hier, een werknemer er met de partner van een collega vandoor gaat. Er zijn in de rechtspraak dan ook gevallen bekend waarin het oordeel van de rechter in het nadeel uitpakt van werknemers die een affaire krijgen met een collega. Dat overkwam bijvoorbeeld een werknemer van een orgelbouwer die iets kreeg met de vrouw van een collega, zo blijkt uit een recente uitspraak van de Haarlemse kantonrechter.

Het verschil is waarschijnlijk dat het hier om een veel kleiner bedrijf ging dan het verzorgingstehuis. De direct betrokken werknemers konden elkaar daar echt niet ontlopen. Een ander belangrijk verschil is dat de werkgever niet pas na een paar maanden probleemloos doorwerken ging beweren dat de verhoudingen totaal verziekt waren. Min of meer probleemloos dan, want niet vergeten mag worden dat een werknemer, de ex-man, wel inmiddels ziek thuis zat.

Aan de andere kant: de werkgever liet het allemaal wel op zijn beloop. Het Hoofd PZ en de secretaresse mochten gewoon doorwerken. Werkgevers die niet snel ingrijpen, met overplaatsing, schorsing of ontslag, hebben het dus lastig om later aan te tonen dat de werknemer werkelijk intolerabel wangedrag heeft laten zien. Blijkbaar nam de werkgever het aanvankelijk toch niet zo hoog op.

Kortom: ook in het arbeidsrecht is de liefde geen roos zonder doornen.

Zijn rozen vervangbaar door cactussen?
Toch zeg ik: Ja rozen!
FacebookTwitterGoogle+Share

Love is all around

ValentijnIn deze bange dagen van NSA-afluisterschandalen ga je je toch afvragen hoe ‘ze’ dit ook weer weten. Uit een recent rapport van het CBS blijkt dat zo’n 300.000 werknemers een relatie hebben met een collega. Vooral in de landbouwsector en de financiële dienstverlening slaat de vonk vaak over. Zelfs het CBS schijnt niet te weten hoeveel stellen elkaar op of via het werk hebben leren kennen; dat schijnen er nog veel meer te zijn. Love is all around us, ook op de werkvloer.

Hoewel het Valentijnsdag is vandaag, wil ik het toch maar hebben over de problemen die met de liefde en werk gepaard kunnen gaan. Te denken valt aan relaties tussen leidinggevenden en hun ondergeschikten, of tussen docenten en leerlingen of tussen zorgverleners en patiënten. De media berichtten recentelijk over relaties tussen medewerkers en gedetineerden in TBS-instellingen. Nu zal duidelijk zijn dat dat allemaal niet mag. Soms kan zelfs een relatie met een medewerker van een concurrent tot problemen leiden.

Sleeping with the enemy

Een bekende zaak is die van de directeur van Feyenoord die een relatie kreeg met de directeur van Ajax. Feyenoord zag dat niet zo zitten.

Zij vroeg de kantonrechter de arbeidsovereenkomst met haar directeur te ontbinden (Ktr. Rotterdam 13 augustus 1998, JAR 1998/180).

Wat was er aan de hand? In de vroege zomer van 1998 vertelt de directeur van Feyenoord aan haar werkgever dat ze een relatie heeft met haar Ajax-collega. Onduidelijk is of er al ‘iets’ speelde in 1996, toen ze in dienst trad bij Feyenoord.  De club verwijt haar in ieder geval wel dat ze niet eerder heeft gemeld dat ze een verhouding had gekregen met de directeur van de grootste concurrent. Niet alleen beschikt ze als directeur over zeer gevoelige bedrijfsinformatie. In een zo met emoties verbonden bedrijfstak als het betaald voetbal ligt de relatie met andere clubs sowieso gevoelig. Wat moet de harde kern van Vak S hier niet van denken?

De directeur is zich onvoldoende bewust geweest van de gevoeligheid van haar positie. Daar past een relatie met een belangrijke medewerker van één van de grootste concurrenten niet bij.

Verliefd zijn doe je maar in je eigen tijd

De rechter begrijpt heel goed dat Feyenoord haar vertrouwen in de directeur verloren heeft. Blijkbaar is de kans dat de directeur, al is het maar per ongeluk, informatie deelt met haar partner te groot. Dat ze zelf nog wel mogelijkheden ziet bij Feyenoord is onvoldoende. De club heeft terecht geen vertrouwen meer in een goede samenwerking en dat valt ook niet te repareren.

Verder oordeelt de rechter dat het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer niet aan ontslag in de weg staat. Het grondrecht op privacy – onder meer de vrijheid van partnerkeuze – wordt begrensd door het gerechtvaardigde werkgeversbelang bij bescherming van bedrijfsgeheimen. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden.

Met twee benen vooruit erin

Het privacy-element van deze zaak leidt wel tot toekenning van een ontslagvergoeding aan de directeur. Volgens de rechter is in ieder geval niet bewezen dat ze welbewust het bestaan van de relatie heeft verzwegen. Er bloeide wel iets op, langzaam, maar wát precies wist ze zelf ook niet precies, zo overweegt de kantonrechter. Dat ze ervoor heeft gekozen om een relatie met de concurrent te beginnen is een heel persoonlijke beslissing, maar dat is niet verwijtbaar. Het gaat om, aldus de kantonrechter, een door iedereen te respecteren beslissing.

Nadat de duidelijkheid kwam, en de melding was gedaan, reageerde Feyenoord te ruw. Er is geen poging gedaan om te overleggen over de ontstane situatie. Wellicht had het wantrouwen kunnen worden weggenomen of had er over een vertrek van de directeur kunnen worden onderhandeld.

Feyenoord heeft al vrij snel een ontbindingsverzoek ingediend. Bovendien heeft Feyenoord de kwestie in de publiciteit gebracht met een artikel in de Feyenoordkrant van 14 juli 1998. Juist omdat de persoonlijke en meest intieme belangen van de directeur hier meespeelden, had van Feyenoord een voorzichtiger en zorgvuldiger reactie mogen worden verwacht.

De vertrouwensbreuk maakt ontslag onvermijdelijk. Feyenoords gedrag van een Ollie in de privacy- porseleinkast leidt echter tot toekenning van een fikse ontslagvergoeding. “Geen woorden maar daden” blijkt in de rechtszaal dus niet zo handig uit te pakken.

Wat leren we ervan?

Ook juridisch zijn werk en privé soms lastig te scheiden. De werkgever kan en mag consequenties verbinden aan privé-beslissingen van de werknemer. Zelfs de partnerkeuze onttrekt zich niet totaal  aan de invloed van de werkgever. Het grondrecht op privacy is, in meerdere betekenissen van het woord, geen vrijbrief.

Nu hoeft zeker niet iedere werknemer benauwd te zijn voor die bemoeienis. De bij deze zaak betrokken voetbalclubs zijn natuurlijk wel heel bijzondere concurrenten. Om niet te zeggen dat de liefde hier over de grenzen van Romeo-en-Juliaanse erfvijandschap heen ging. Bovendien betrof het werknemers in zeer hoge posities. Ze waren beeldbepalend voor hun werkgever en beschikten over bijzondere kennis en verantwoordelijkheden.

Zelfs als de werkgever zich met het liefdesleven van de werknemer mag bemoeien, moet dat met respect en omzichtigheid gebeuren. Belangrijker nog is dat de rechter in dit geval  het beginsel formuleert dat het beginnen van een relatie niet verwijtbaar is en een keuze is die door iedereen moet worden gerespecteerd. In veel gevallen van liefde op het werk zal dus een andere songtekst gelden: let love rule.

Let love rule 2014-02-13 22-11-47

FacebookTwitterGoogle+Share