Category Archives: stakingsrecht

Het busje komt zo…

En daar sta je dan op een winderige en natte bushalte. Maar vooral: een lege bushalte. Dat is ronduit balen. In deze meivakantie valt niet alleen het weer tot nu toe vies tegen. De staking in het streekvervoer op 30 april en 1 mei helpt ook niet echt mee. Je dagje uit valt zo letterlijk en figuurlijk in het water.

arsz_20180501_082638

De werkgevers in het streekvervoer hebben nog geprobeerd de actie te verbieden. Ze hebben het kort geding tegen de vakbonden echter verloren. De rechter vindt dat er geen reden is om een stakingsverbod uit te spreken. In de  uitspraak van 26 april stelt de rechter voorop dat staken een grondrecht is, dat niet te snel mag worden ingeperkt.

Over het stakingsrecht schreef ik al eerder de blog Actie, actie!

Wat was er aan de hand?

De werknemers in het streekvervoer (en hun vakbonden) zijn al langer ontevreden over hun arbeidsvoorwaarden. Ze willen niet alleen beter betaald krijgen. Ook eisen ze meer rusttijd tussen hun busritten in. Zodat ze even kunnen eten, of naar de wc kunnen gaan. Nu worden ze zo strak ingeroosterd dat ze soms uren achtereen op de bestuurdersstoel moeten blijven zitten.

Een leeg busstation
Een leeg busstation

De bonden en de werkgevers in de sector hebben eind 2017 over een nieuwe cao onderhandeld. In die onderhandelingen stond de werkdruk centraal. Het lukte echter niet om daarover overeenstemming te bereiken. Op 18 december stellen de bonden een ultimatum, met daarin heel specifieke eisen. Als de werkgevers die niet inwilligen, gaat er gestaakt worden. De werkgevers geven niet toe. Op 4 januari 2018 staakt het streekvervoer gedurende een dag.

In de loop van januari bereiken de werkgevers en de bonden een principe-akkoord. De achterban van de bonden vindt dat echter onvoldoende. Ze wijzen het akkoord af.

Terug aan de onderhandelingstafel?

De bonden laten in maart aan de werkgevers weten dat ze daarom andere, betere afspraken willen maken. Ze verwijzen naar de eisen uit het ultimatum van december. Vooral de maatregelen tegen werkdruk daarin vinden ze belangrijk. Ze zeggen ook weer te gaan staken als de werkgevers niet toegeven.

De onderhandelingen verlopen vervolgens niet echt vlotjes. De werkgevers willen onder andere doorrekenen wat al die maatregelen gaan kosten. Ze vragen de bonden om enkele weken bedenktijd. Ze willen alles nog eens heel goed bekijken.

De bonden vinden het echter wel welletjes. Het gaat om dezelfde eisen als in december.  Op 10 april laten ze weren dat er op 30 april en 1 mei actie zal worden gevoerd. Tenzij de werkgevers binnen een week substantieel tegemoetkomen aan hun eisen.

Dat moet verboden worden!

De werkgevers stappen naar de rechter. Die moet de staking verbieden. De bonden zijn namelijk veel te vroeg overgegaan tot actie. De onderhandelingen lopen nog. De werkgevers hebben gewoon wat tijd nodig om te bekijken of hun eisen te betalen zijn. Maar van onwil is geen sprake.  Staken is nu nog niet zinnig. En dus prematuur.

crsz_20180501_082412

Bovendien kan de staking tot grote maatschappelijke schade leiden.  Attracties als de Keukenhof en de Efteling zullen lastig te bereiken zijn. Juist in een vakantieperiode is dat heel hinderlijk. En dat kan ook tot gevaarlijke situaties leiden. Ook rond Schiphol dreigen problemen als het busvervoer plat ligt. Opstoppingen, files en mensenmenigtes zouden voor gevaar kunnen zorgen.

Last, but not least, lijden de busbedrijven enkele miljoenen schade door de staking. Misschien zelfs wel 6 miljoen euro.

Wat vindt de rechter?  

De rechter ziet geen reden om de staking te verbieden. Dat is een grondrecht, neergelegd in artikel 6 lid 4 van het Europees Sociaal Handvest. Uitgangspunt is dat staken mag. Alleen wanneer dat maatschappelijk dringend noodzakelijk is, mag de rechter een staking verbieden.

De bonden mogen kiezen wanneer zij een actie zinvol vinden. Ze hoeven niet te wachten tot onomstotelijk vast staat dat verder onderhandelen geen zin heeft. De druk op de ketel houden tijdens lopende onderhandelingen mag ook.

drsz_120180430_161459

Schiphol blijft tijdens de staking prima bereikbaar met de trein, auto en taxi. De staking is ook al enkele weken van tevoren aangekondigd. De door de werkgevers gevreesde chaos acht de rechter dan ook geen reëel gevaar. Datzelfde geldt  voor de wantoestanden rondom de attracties. Of een reusachtige daling van de bezoekersaantallen. Ongefundeerde horrorscenario’s.

Bovendien vindt de rechter dat de staking in de vakantie minder schadelijk is dan tijdens een werkweek. Nu worden vooral dagjesmensen en toeristen getroffen. Anders zouden veel meer forenzen en scholieren slachtoffer worden van de actie.

Ten slotte vindt de rechter het niet zo belangrijk dat de werkgevers zelf enige schade lijden. A|s het door de werkgevers geclaimde bedrag al klopt, dan is het niet zo hoog dat de staking verboden mag worden.

Wat leren we ervan?

Staken is hinderlijk. Staken is schadelijk. Voor werkgevers en soms ook voor het wat grotere publiek. Maar dat is ook precies de essentie van staken. De (dreigende) schade en hinder is een drukmiddel in onderhandelingen over arbeidsvoorwaarden. Zonder zo’n drukmiddel wordt collectief onderhandelen collectief bedelen.

Bij de vraag of er gestaakt mag worden, zitten de bonden op de chauffeursstoel. Zij bepalen of het zin heeft. Zij bepalen of ze zijn uitgepraat. Niet de werkgever. De rechter stuurt vervolgens maar heel beperkt bij.

Het recht om te staken is een fundamenteel recht. Dat mag beperkt worden, maar alleen als daar heel goede redenen voor zijn. Een werkgever die stakingen wil laten verbieden  zal daarom met goede argumenten moeten komen. En die ook heel goed onderbouwen. Alleen maar beweren dat er grote schade dreigt is onvoldoende. Die claim  moet wel aannemelijk gemaakt worden.

Dat een werkgever zelf schade lijdt bij een staking is onvermijdelijk. Dat is als gezegd precies de bedoeling. Alleen in heel extreme gevallen is dat een  reden voor de rechter om in te grijpen.

 

Share

Zonnekoning

Gezellig wilde het maar niet worden. De President van het Europees Octrooi Bureau (EOB),  Benoît Batistelli, was op kennismakingsbezoek op het Ministerie van EZ. De nieuwe Staatssecretaris, Van Dam, stelde hem kritische vragen over het personeelsbeleid. Daar zat Batistelli duidelijk niet op te wachten. Hoe hij met zijn personeel, en met die o zo vervelende vakbonden om gaat, is zijn zaak. Briesend verliet hij al binnen een half uur het ministerie, aldus het NRC.

rsz_20160822_084316[1]

Naar eigen zeggen is de president van het EOB – European Patent Office – helemaal niet arrogant of zo. Aan de krant vertelde Batistelli lachend dat hij ook wel eens ‘de zonnekoning’ wordt genoemd. En dat dat dan nog een van de meest aardige bijnamen is die zijn personeel hem geeft. Die slaan echter helemaal nergens op. Met Lodewijk XIV heeft hij trouwens alleen zijn geboorteplaats gemeen, Saint-Germain-en-Laye.

Voor de rest is het allemaal roddel en achterklap. Het gaat gewoon geweldig goed bij het EOB. De bonden en wat klagerige werknemers zijn er alleen maar op uit om hem en het EOB te beschadigen. Verschillende vakbondsbestuurders bij het EOB zijn daarom ontslagen of disciplinair gestraft. Ze zouden zich schuldig hebben gemaakt aan  ‘samenzweringen tegen de president’.

Het hoeft niet te verbazen dat er in zo’n sfeertje ook juridische conflicten ontstaan.  En guess what: Batistelli legt ook het oordeel van de Nederlandse rechter naast zich neer. Ook van de kritiek van de lidstaten van het European Patent Office trekt hij zich niets aan.  ‘Privéoorlog topman en bond gaat door’, kopte de krant.

Da's gezellig!
Gezellige borrel?

Maar hoe zit dat nu met het negeren van de rechter?

Wat was er aan de hand?

Bijna de helft van de werknemers het EOB-kantoor te Rijswijk is lid van vakbond VEOB.  Het European Patent Office wil niet met deze bond over arbeidsvoorwaarden onderhandelen. In het voorjaar van 2013 zijn er verschillende stakingen geweest. Die hebben tot niets geleid.

Op 1 juli 2013 zijn door het EOB nieuwe regels voor stakingen ingevoerd. In het EOB-dienstreglement wordt het stakingsrecht van het personeel erkend. Het reglement bevat echter ook verschillende procedureregels en andere voorwaarden waaraan moet zijn voldaan voordat het personeel mag staken.

Volgens VEOB wordt met die regels en voorwaarden het grondrecht op staken te sterk beperkt. Bovendien worden e-mails van VEOB aan EOB-personeel geblokkeerd.  De bond stapt naar de rechter. En de grote vraag is of dat eigenlijk wel kan. Valt het European Patent Office wel onder de Nederlandse rechter?

Het zal duidelijk zijn dat Batistelli vindt dat dat niet het geval is. En hij heeft een punt. Het  is op zijn minst twijfelachtig of de Nederlandse rechter wel mag oordelen over het EOB.

Dilemma: onschendbaarheid of een eerlijk proces?

Het European Patent Office is een internationale organisatie. Zijn bestaan en werkwijze zijn geregeld in een internationaal verdrag, waarbij een groot aantal Europese landen partij is. De Nederlandse Staat, dus ook de Nederlandse rechter, heeft in beginsel niets te vertellen over zulke organisaties. Ambassadepersoneel en medewerkers van internationale organisaties vallen buiten de Nederlandse rechtsorde. Ze hebben diplomatieke of volkenrechtelijke onschendbaarheid. Ook al bevinden ze zich fysiek in Nederland, juridisch is dat niet (helemaal) het geval. In feite vormt de EOB-vestiging in Rijswijk een stukje buitenland binnen Nederland. Daar heeft de Nederlandse rechter of politie niets te vertellen. Ook in pakweg Brazilië, Denemarken of Tanzania is dat niet het geval. Daar is nu eenmaal iemand anders de baas.

Voor alle duidelijkheid is de onschendbaarheid van het EOB vastgelegd in artikel 3 van het Protocol bij het Europese Octrooi Verdrag, dat de vestigingsvoorwaarden voor het kantoor in Rijswijk regelt:

Within the scope of its official activities the Organisation shall have immunity from jurisdiction and execution, [...]

Nu is Nederland ook partij bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) . Daarin is het recht op toegang tot de onafhankelijke rechter en op een eerlijk proces vastgelegd. Artikel 6 lid 1 EVRM bepaalt:

Bij het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen of bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde vervolging heeft eenieder recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak, binnen een redelijke termijn, door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat bij de wet is ingesteld. [...]

En daar zit hem de kneep: als de Nederlandse rechter onbevoegd zou zijn, dan kan de bond nergens heen. Er is dan geen rechter die over de klachten van de vakbond kan oordelen. Wat gaat er voor: het recht op een eerlijk proces, of de in het internationale diplomatieke verkeer o zo belangrijke juridische onschendbaarheid?

Wat vindt de rechter?

Het Gerechtshof Den Haag doet op 17 februari 2015 uitspraak over deze vraag. Het is nog afwachten of dat het definitieve antwoord is. De zaak ligt inmiddels bij de Hoge Raad.

Maar goed, wat vindt het hof er van?

Het hof wijst op rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens over het recht op een eerlijk proces.  Kort gezegd komt die erop neer dat volkenrechtelijke immuniteit een geldige reden kan zijn om het recht op een eerlijk proces in te perken. Staten mogen internationale organisaties immuniteit verlenen. Ook als dat betekent dat de rechter zich niet mag uitspreken over de gedragingen van zo’n instelling. Het Europese Hof noemde daarbij wel als voorwaarde dat de internationale organisatie een interne procedure moet hebben. Daarin moet een klacht of claim op een ordentelijke manier worden onderzocht én beoordeeld.

En daar schort het aan bij het EOB volgens het Haagse hof. Vakbonden hebben geen toegang tot de interne klachtenprocedure. Alleen individuele werknemers kunnen in beroep bij  het Internal Appeals Committee. Daarna is nog hoger beroep mogelijk bij een aan de ILO te Genève verbonden tribunaal, maar ook dat is niet toegankelijk voor de VEOB. Het gerechtshof oordeelt dat er een uitzondering moet worden aangenomen op de immuniteit van het EPO.

De rechtsbescherming voor de vakbond schiet te kort. En dat terwijl  werknemers het fundamentele recht hebben om via vakbonden invloed uit te oefenen op de arbeidsomstandigheden. Dat individuele werknemers – bijvoorbeeld de door Batistelli ontslagen vakbondsactivisten – wél toegang hebben tot de interne procedure en dan kunnen klagen over schending van hun vakbondsvrijheid vindt het hof onvoldoende.

Ook inhoudelijk krijgt de VEOB grotendeels gelijk. Het EOB legt te veel beperkingen op aan deze vakbond. De Nederlandse rechter verbiedt die. Verder wordt het bevel uitgevaardigd om de bond binnen 14 dagen toe te laten tot cao-onderhandelingen.

En toen?

Het zal niet verbazen dat Batistelli, op zijn minst toch een zonne-president, zich niet bij die uitspraak heeft neergelegd. Er is cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad. Dat loopt nog.

Gij die hier binnentreedt laat alle hoop varen: hier geldt alleen het internationale recht...
Gij die hier binnentreedt laat alle hoop varen: hier geldt alleen het internationale recht…

Belangrijker is echter dat VEOB niets opschiet met de voor haar gunstige beslissing. Het EOB wil de beslissing niet naleven. Gewoonlijk kan de wederpartij dan de deurwaarder of desnoods de politie erbij halen om naleving af te dwingen. De Minister van Justitie zal geen executiemaatregelen tegen het EOB. Hij heeft gerechtsdeurwaarders verboden om de uitspraak ten uitvoer te leggen, schrijft de Volkskrant.

Volgens de minister mogen de Nederlandse autoriteiten de EOB-gebouwen niet eens betreden zonder toestemming van Batistelli. Laat staan dat ze er handhavend zouden gaan optreden.

Niet dus...
Niet dus…

Het komt erop neer dat Justitie het dilemma van botsende verdragsverplichtingen – immuniteit versus rechtsbescherming – anders oplost dan de rechter. De immuniteit gaat voor volgens de minister. De Nederlandse regering vindt het op zich wenselijk dat er beter met de bonden en het personeel wordt omgegaan bij het EOB. Als er al juridische verplichtingen op dat vlak zijn, dan is handhaving ervan echter geen echter zaak voor het gastland, Nederland.

Wat leren we er van?

Ook bij internationale organisaties werken gewoon maar mensen. Met verschillende inzichten en belangen. Dat leidt soms tot frictie of zelfs botsingen op de werkvloer. Tussen collega’s onderling, of tussen directie en personeel. Daarin verschilt het EPO, de VN of Interpol niet van de buurtsuper of het Ministerie van Onderwijs. Alleen in zeer, zeer uitzonderlijke gevallen is de Nederlandse rechter bevoegd om in te grijpen. Hoe uitzonderlijk precies, daarover verschillen de geleerden, de minister en het gerechtshof van mening.

In het arbeidsrecht gaat het niet alleen om gelijk hebben, maar ook om gelijk krijgen. Maar daarmee ben je er nog niet. In een internationale setting is je gelijk halen misschien nog wel belangrijker.

Share

Actie, actie!

In Nederland wordt 1 mei, de dag van de arbeid, niet uitbundig gevierd. Dat bleek gisteren ook maar weer eens. Het is eigenlijk al heel wat als het gevierd wordt. Het feest van de arbeidersbeweging is in andere landen wél aanleiding voor festiviteiten. Vaak is het een vrije dag. En soms vinden er zelfs stakingen, demonstraties en rellen plaats.

In polderland Nederland verloopt het allemaal wat rustiger. Meer in het algemeen doet Nederland kalmpjes aan. In het buitenland worden het openbare leven of hele takken van de industrie met enige regelmaat met stakingen platgelegd. Hier wordt er weinig en niet zo lang gestaakt. Meestal komen werkgevers en werknemers er in harmonieus onderling overleg wel uit.

Treinen zijn smoezelig
Treinen zijn smoezelig

Treinreizigers zullen het er echter misschien niet mee eens zijn dat het helemaal meevalt hier. Schoonmakers bij de NS zijn al een tijdje aan het staken. Het wordt een steeds grotere smeerboel in de trein. Relatief weinig staken kan toch best veel zijn, als je elke dag in een smerige coupé moet zitten.

En de schoonmakers zijn niet de enigen die de laatste tijd actie voeren. Gemeenteambtenaren en vrachtwagenchauffeurs zijn bijvoorbeeld ook bezig. Een verklaring is dat de economie aantrekt en vakbonden weer ruimte zien voor salariseisen.

Stakingen zijn schadelijk en hinderlijk. Dat is ook precies de bedoeling. Ze zijn een drukmiddel om concessies van werkgevers af te dwingen. Vanwege die schade en hinder  wordt vaak geprobeerd om de rechter de staking te laten verbieden.

Een voorbeeld is de, zoals dat toen nog heette, koninginnenach-staking van 2010. De zaak werd vlak voordat de staking zou beginnen in een spoedprocedure behandeld, op 27 april 2010. En een dag later velde de rechter al zijn oordeel  (JAR 2010/157). Nu de dag van de arbeid weer onopgemerkt voorbij is gegaan, leek me dit een goed moment om aan deze zaak aandacht te besteden.

Meer loon, anders wordt het een grote troep

Vanaf de zomer van 2009 voerden ambtenarenbonden en gemeentes overleg over de arbeidsvoorwaarden. Daarover kunnen ze het maar steeds niet eens worden. De onderhandelingen slepen zich maandenlang voort. Partijen komen nauwelijks tot elkaar. De bonden gaan in april 2010 dreigen met acties, maar zonder resultaat. Vervolgens mailen ze een ultimatum aan de gemeente-onderhandelaars. Vanaf 28 april middernacht tot 30 april middernacht zullen de medewerkers van het Haagse straatveegbedrijf het werk neerleggen.

Die data zijn niet toevallig gekozen. Het komt er in feite op neer dat de ambtenaren weigeren om de troep die in de binnenstad achterblijft na een koninginnenach op te ruimen. Dat evenement werd altijd goed bezocht en na afloop lag de stad bezaaid met afval. En dat terwijl er dan de dag erna, koninginnedag, overdag allerlei vrijmarkten, kermissen en andere festiviteiten worden georganiseerd. In 2010 verwachtte de gemeente bijna een kwart miljoen bezoekers voor de maar liefst 33 evenementen. Dat alles levert 120 kubieke meter afval op.
Er wordt een week van te voren nog koortsachtig overleg gevoerd. Dat leidt wederom tot niets. De enige concessie die de bonden doen is dat ze veegploegen op afroep beschikbaar zullen houden voor als er een noodsituatie zou zijn.  De staking is dus aanstaande.

ULTIMATUM

Maar dit gaat te ver!

Tegen de bonden wordt een kort geding aangespannen. De gemeente wil een verbod op de stakingsactie. Het gevaar voor de openbare orde en de overlast voor het publiek is te groot. In feite willen de bonden de viering van de koninginnenach en -dag ontwrichten, zo zegt de gemeente. Feestgangers kunnen zich verwonden aan rondslingerend glas. Afvalhopen leveren brandgevaar op en kunnen de weg blokkeren voor hulpdiensten als brandweer en ambulances.
En dat allemaal terwijl deze acties helemaal niet nodig zijn. Er is nog ruimte voor overleg. De gemeentes zijn daartoe, nog steeds, van harte bereid. Dat heeft de VNG ook in persverklaringen namens de gemeentes laten weten. Ook de vakbonden hebben optimistische verklaringen uitgegeven. De stakingsacties zijn volgens de gemeente prematuur.

De staking is dus eigenlijk niet nodig en de mogelijke schade is erg groot. Alle reden dus om deze nutteloze en gevaarlijke actie te verbieden. Al wil de gemeente zeker niet ontkennen dat werknemers, ook gemeenteambtenaren, in beginsel het recht hebben om te staken.

De rechter ziet het anders

De rechter kijkt er totaal anders tegenaan. Behalve dan dat er een recht om te staken bestaat. Hij ziet echter geen aanleiding om een uitzondering op dat recht aan te nemen.
Het argument dat de acties prematuur zijn, wordt vrij simpel van tafel geveegd. De onderhandelingen hebben immers al maanden en maanden geduurd. Dat de gemeentes en de bonden inmiddels zeggen weer wat ruimte te zien, is waarschijnlijk juist het gevolg van de actiedreiging. Verder is niet gebleken dat de bonden de gemeente te laat hebben gewaarschuwd voor de acties.

De andere argumenten kunnen op meer begrip rekenen. Op zichzelf zijn ze valide. Staken mag de openbare orde, de volksgezondheid en gerechtvaardigde belangen van derden niet te ernstig aantasten. Alleen ziet de rechter de door de gemeente voorspelde apocalyptische smeulende afvalbergen niet direct ontstaan. Er is een risico, maar dat is niet overdreven groot. Staken is nu eenmaal een fundamenteel recht. Daarom mag het niet zo maar, wegens een mogelijk gevaartje op ellende, worden beperkt.

dreigende afvalhopen of alleen normale troep?
dreigende afvalhopen of alleen normale troep?

Van belang is ook dat de bonden hebben toegezegd om schadebeperkende maatregelen te treffen. Er worden extra afvalbakken neergezet. Er worden verschillende piketploegen schoonmakers achter de hand gehouden om bij dreigende noodsituaties alsnog de boel op te ruimen. En de stakers zijn bereid om, direct na afloop van de acties, al ’s nachts te beginnen met schoonmaken in plaats van ’s ochtends. De rechter verzucht ook nog dat de bezoekers van de evenementen het kennelijk normaal vinden om hun troep op straat te gooien. Zij mogen dan in ieder geval niet klagen over overlast.
Verder acht de rechter van belang dat de actie betrekkelijk kort duurt, een dag. En dat de bezoekers van de vrijmarkten niet door hopen afval hoeven te waden, omdat die markten op andere plaatsen worden gehouden dan de nachtelijke concerten.

De acties gingen dus door. De straten van Den Haag zijn inderdaad erg vies geworden. Maar of dat nu veel viezer was dan normaal?

Wat leren we ervan?

Staken is een grondrecht. Zowel van werknemers als van ambtenaren. De rechter gaat daarom terughoudend om met zijn bevoegdheid om acties te verbieden. Stakingen kunnen te bedreigend zijn voor belangen van derden, de openbare orde of de volksgezondheid. Dat wordt echter niet gemakkelijk aangenomen. Als een staking niet schadelijk zou zijn, zou er bovendien ook weinig dreiging vanuit gaan.  Werkgevers schrikken natuurlijk niet van ludieke publieksvriendelijke acties.

Vakbonden moeten zich bij het organiseren van stakingen wel aan bepaalde spelregels houden. Zo moet de werkgever tijdig worden gewaarschuwd. Deze kan dan maatregelen treffen om de schade binnen de perken te houden. Of de staking voorkomen door een beter bod te doen in de onderhandelingen.

Verder blijkt uit deze uitspraak dat wanneer de openbare orde en andere publieke belangen spelen, van de bonden wordt verwacht dat zij preventieve maatregelen treffen. De schade mag niet te ernstig worden. Aan de andere kant blijkt wel dat de rechter heel nauwgezet nagaat of die gevaren wel reëel zijn. De werkgever die claimt dat de gevaren groot zijn, moet dat verhaal hard kunnen maken. Dat is lang niet altijd makkelijk.

Advocaat-Generaal Koopmans schreef ooit in een conclusie dat hij moeite heeft met het vaak door werkgevers gebruikte argument van dreigende maatschappelijke ontwrichting. Zeker bij stakingen die hooguit enkele uren of dagen duren, zoals meestal het geval is in Nederland. Maatschappelijke ontwrichting is wat hij meemaakte als inwoner van Amsterdam in de hongerwinter. Een vertraagde of vieze trein, of een middag geen busvervoer, hoe vies en vervelend ook, zijn dat niet.  Wat rondslingerende stinkende rotzooi in de binnenstad op 30 april, die  bovendien op de dag van de arbeid direct al weer wordt opgeruimd, evenmin.

Het Nederlandse stakingsrecht komt er gek genoeg op neer dat werknemers rotzooi mogen trappen voor een betere cao, mits dat op een evenwichtige, keurig nette manier gebeurt.

Share